En daar zit je dan, als jongerenwerker bij een bijeenkomst over mensenhandel, onder de indruk van het gezelschap, met gelukkig wat bekenden gezichten. Op het eerste gezicht lijkt mensenhandel niet iets voor het jongerenwerk maar meer wat voor opsporing van de politie en douane. Natuurlijk weet ik beter en kan putten uit mijn kennis en ervaring. Bij de inschrijving mocht je kiezen voor 2 “workshops” de enige die in de buurt komt van het vak jongerenwerk, komt dan bij jeugdprostitutie uit.

De introductie ging soepel, kort een rondje met wie we in de kring zaten, gelukkig een bond gezelschap van hulpverlening, zorg en politie. Dus basis ingrediënten voor een goede discussie. Maar deze bleef een beetje uit. Na het behandelen van wat basis informatie die vaak gaat over prostitutie in het algemeen, door naar de lastige gevallen, jonge meiden die eventueel onder dwang diensten verlenen. Waar liggen grenzen, waar zijn signalen en wat gebeurd en daarna. Als snel werd de loverboy problematiek benoemd door de groep, natuurlijk ook mensen handel. Er ontstaat er een beeld dat dit vaak gaat om allochtone mannen die meiden in kwetsbare posities misbruiken voor hun eigen doel. Vast niet zo bedoelt maar het gaf voor mij wel weer dat we snel in stereotype denken en er beelden ontstaan bij mensenhandel die niet altijd correct zijn. Om de discussie wat op gang te brengen vroeg ik hoe het zit met de prostitutie van de groep “mannen” omdat dit vaak buiten beeld blijft en een onderwerp is met een hoge taboe factor.  Hier kwam naar boven dat er een slecht beeld is van de problematiek rond deze groep. Tja, dat gebeurd wel maar buiten beeld, deze groep is moeilijk te vinden of komt minder voor uit.

Wat later begon het me toch bezig te houden, omdat het nog al wat is. Is er een blinde vlek of toch wat meer! Als er rond jeugdprostitutie een beeld is rond vrouwen maar niet van mannen, moeten we dan niet tot de conclusie komen dat wat we zien rond vrouwen, dit het topje van de ijsberg is. Dat we een groot deel niet in kaart kunnen brengen omdat we het gewoon niet weten. Het achter gesloten deuren plaats vind, en we de expertise missen om het zichtbaar te maken. Juist ook voor de groep die het het hardst nodig heeft.

Alles begint bij het signaleren, het samen brengen van signalen en daar conclusies uit trekken. Maar kunnen we dat wel, met onze gewoonte om in stereotype te denken, zaken te koppel aan elkaar die niet samen horen. Dat er helaas ook in justitie, zorg en hulpverleningsland veel mensen zijn die een allochtoon sneller als loverboy bestempelen dan dat ze dat met een autochtoon doen. Een vrouw snelle zien in de prostitutie dan een man. Dat het sneller mensenhandel is dan eigen keuze. Want eigenlijk kan je toch niet kiezen voor een baan als prostitué en is er van vrije keuze eigenlijk geen sprake.

Achteraf gezien ben ik eigenlijk wel tevreden, niet met de inhoud van de workshop maar met de inhoud van het gesprek en mijn eigen reflectie er op. Omdat ik wederom geleerd heb dat mijn ogen open staan wanneer veel anderen ze sluiten, dat mijn kijk op de samenleving inhoud dat ik weet dat er zoveel onder de radar gebeurd dat ik het ook gewoon maar mis heb, tot dat iemand de keuze maakt en verteld wat er aan de hand is. En ik het begrip heb om open te staan voor ieder verhaal dat iemand heeft, zonder vooroordeel, zonder oordeel. Wel met de opdracht een scheiding te maken tussen dader en slachtoffer, elk met hun eigen verhaal. In het jongerenwerk staat deze houding in mijn optiek voorop. Open staan voor andermans kijk op de wereld, begrip hebben voor keuzes van andere mensen en zien dat er in een probleem vaak veel meer laagjes zitten die inzicht geven in de complexiteit van de problematiek. Ogen open houden wanneer een ander weg kijkt en moeilijke thema’s altijd bespreekbaar maken.

 

 

 

Iedereen heeft het door, de zon schijnt en het wordt buiten weer gezellig.

Mensen werken in de tuin, gaan lekker naar het park of kiezen voor het strand.Ook jongeren gaan meer de straat op en worden zichtbaar in de wijk. Maar deze groep is anders, deze groep moet in het oog worden gehouden want jongeren in de buitenruimte zorgen voor overlast, rommel en criminaliteit.

een week of 2 terug stond er een artikel in de krant over jongeren die hangen in een park of winkelcentrum en het verschil daartussen in de kans om met criminialieteit in aanraking te komen.

Het bericht in de media geeft aan dat je beter in het winkelcentrum kan hangen dan het park.

Wat je echter ziet gebeuren als het gaat over jeugd overlast dat er snel wordt gepoogd de groep in een park te krijgen. Dan hebben veel mensen er minder last van en als jongeren wat herrie maken dan is de overlast beleving wat minder. Als jongerenwerker ben ik altijd aan het strijden dat jongeren ook in de buurt een eigen plek moeten hebben waar ze kunnen zijn. Niet hun eigen plek, maar een plek van de buurt. Want vaak zijn de jongeren waar het over gaat gewoon een bewoner uit de buurt. Wel een bewoner die graag buiten is als het avond is. Vaak niet met 2 of 3 tegelijk maar in groepjes van 5-8 personen.

Deze jongeren hebben vaak geen benul van de overlast die ze veroorzaken bij omwonende, uiteraard weten ze wel dat ze herrie kunnen maken, maar het is niet zo dat ze de hele nacht aan het schreeuwen zijn. Vaak wordt de oplossing gezocht in de makkelijke manier, jongeren veroorzaken overlast op plek A, dus proberen we een plek B te zoeken waar ze minder tot last zullen zijn. Gezien het feit dat plek B dus vaak een park is met minder toezicht en controle moeten we als jongerenwerker nog sterker de discussie aan gaan over de verplaatsing van groepen naar parken en afgelegen gebieden waar ze minder overlast geven maar mogelijk wel meer kans maken om negatief gedrag te ontwikkelen.

Op de website van http://www.evelienhoeben.com/ kan je de samenvatting vinden

De opzet van de JGT's is mooi, de theorie ook. Maar hoe maak je de samenwerking concreet en vruchtbaar in een verwikkeling van de regels rond het delen van informatie.

Ik ben zelf van mening dat je zorgen om het kind altijd mag delen, los van alle regels die er gelden. Dit is nodig om gezamelijk stappen te zetten in de goede richting. Maar hoe zit dat dat met je vertrouwens-relatie/ betrekkingsrelatie die je hebt.

In discussie met de mensen die werken in de JGT's en collega's zijn er 2 partijen die elk een eigen mening hebben en de zaak vanuit hun eigen positie bekijken. Daardoor heen gaat de regelgeving rond privacy van de klant. Zorgen om jeugd worden onvoldoende gedeeld door beide partijen. De keuze voor een casus overleg zou de oplossing kunnen zijn. En dan het liefst met de jongere en zijn ouders er bij. Maar in de praktijk gaat het toch anders, daar zie je dat delen van informatie vaak nodig is om een beeld te krijgen van waaruit handelingsperspectieven ontstaan die beter aan sluiten bij de problematiek. Jongeren en hun ouders kunnen als de beste de zaken kleuren met emotie, gevoel en verdraaiing van situaties in voordeel van zich zelf. Dit kan in de weg staan van een goed hulpverleningsplan.

De positie van jongerenwerk in deze teams is nu nog onvoldoende. Misschien wel door de schuld van het jongerenwerk zelf. Want waarom loopt een jongerenwerker de denkbeeldige deur van een JGT niet plat met signalen uit de wijk. Het lijkt simpel maar dat is het dus toch niet. Jongerenwerkers hebben net als veel jongeren slechte ervaringen met instellingen die hulp verlenen. De uitspraak, je doet zaken met Jan of Mohammed maar niet met de instelling is denk ik voor een deel daar ook ontstaan. Jongerenwerk is mensen werk en als werker weet je donders goed hoe kwetsbaar jou jongeren zijn. Deze jongere die bijna geen vertrouwen hebben in de maatschappij kan je niet zo maar even parkeren bij een zorgverlener, die de wereld bekijkt vanuit een ander perspectief.

Als jongerenwerker ben je nog niet geregistreerd in een beroepsregister, je kan makkelijker informatie delen van de jongeren waarmee je werk. Dit doe je natuurlijk zorgvuldig, met belang voor de jongere. Maar wat als de andere partij niet wil delen, dat is de verhouding scheef. En zal de jongerenwerker ook stoppen met het delen van informatie.

Ik ben benieuwd naar de ervaring van jongerenwerkers in het JGT. Ben jij of ken jij werkers die in het jeugd & gezin team werken vraag ze dan te reageren. Want samen kunnen we zoeken naar een formule die werkt.

 

Getagd met , ,

Het is alom bekent dat jongerenwerk een belangrijke rol speelt in aanpak van jongeren die gedachtengoed ontwikkelen dat niet past binnen de huidige culturele en maatschappelijk normen en waarden.

Het vermindering van extremisme, links en rechts en radicaal is iets waar jongerenwerk vaker mee te maken heeft. Maar we moeten constateren dat de jarenlange uitholling van het beroep door diverse ingrepen het jongerenwerk geen goed doen.
Het opbouwen van relaties met jongeren is geen taak die met een paar weken tot stand is gekomen. De relatie en zeker een betekenis relatie heeft meer tijd nodig dan er nu voor handen lijkt te zijn. Het jongerenwerk moet keuzes gaan maken waar de inzet waarde oplevert. Waar op in wordt gezet is de keuze van beleid in ontwikkeling. Jongerenwerk moet mee in netwerken van het CJG, JGT en SWT, in de praktijk zie je dat deze inzet in de netwerken ten koste gaat van de inzet in buurthuizen en ambulant jongerenwerk, de plekken waar de jeugd gevonden wordt en waar vanuit de relaties worden opgebouwd.
Het is duidelijk dat de bezuinigingen die het jongerenwerk treffen schade geven aan de relatie’s met jongeren. Relaties die fragiel zijn en onvoldoende kunnen ontwikkelen door tijdsdruk.
De jongerenwerker lijkt soms een tovenaar te moeten zijn die met een magische manier van werken veel problemen kan oplossen. Maar de magie zit in de relatie die wordt op gebouwd. En net als met veel dingen in het leven heeft de relatie opbouw tijd nodig. Als deze tijd er onvoldoende is zal de relatie broos en teer zijn en de effecten (die magie) van de interventies minder krachtig.
Zeker als het gaat om jongeren die extreem gaan denken, heeft de opbouw van relaties zo veel meerwaarde.

We kunnen er niet meer omheen dat we in een lastige tijd zijn beland. Waarin de keuze van de inzet effect heeft op de relaties die worden opgebouwd. Waarin de netwerken waar jongerenwerk aandeel neemt op efficiëntie gaan inleveren omdat de contacten met jongeren minder sterk worden.

Ik heb collega werkers gesproken die aangaven dat de inzet in de netwerken verdubbeld is en de uren verminderd. Dit alles gaat te koste van de relatie’s, niet die met de partners, die eindelijk een jongerenwerkers zien want die werkt ook ineens vaker tussen 9 en 5, maar de relatie met de jongere, daar waar het allemaal om gaat.

Kijkende naar deze ontwikkeling en de toekomst zie ik een ontwikkeling die we moeten stoppen. De jongerenwerker is niets als hij zijn jongeren niet kent, weet wat ze bezig houd, en weet wie ze in de kern zijn.
De meerwaarde van de jongerenwerker zal vervallen in een soort jeugdhulpverlener die er is als het slecht gaat maar je niet ziet als het goed gaat.

Naast jongeren staat in voor en tegenspoed is wat de relaties betekenisvol maakt. Die de ruimte schept om de “opvoeder” in het publiek domein te zijn. Door de betekenisvolle relatie de jongeren kan verlokken tot verandering, verbetering en aanpassing. Maar dit kost tijd, tijd die steeds minder is. En nu ook meer dan vroeger gedeeld moet worden met andere netwerken

Hoe ervaar jij de netwerken versus jou relaties met jongeren?

reageren zou leuk zijn.

 

Ik heb er al eerder over geschreven. De rol die de jongerenwerker speelt in een veiligheidshuis. Daar waar het eigenlijk alleen nog maar gaat om justitiële zaken en zware zorg.

Veel jongerenwerkers kennen de jongere die afgeleiden, zich los maken van de maatschappij en zich bezig houden met criminaliteit. Vaak zijn de signalen in het verleden al herkend maar heeft de inzet onvoldoende effect gehad om het tij te keren.

Vanuit mijn praktijk heb ik ook mogen constateren dat de keten jeugd niet altijd alles kan voorkomen, en heb ik jongeren waarvan al voorspeld werd dat ze het “foute” pad op zouden gaan, zien afgeleiden. Stukje bij beetje zie je dat het mis gaat, je ziet het gebeuren maar de grip die je zou willen hebben krijg je niet op de situatie. Dit is niet het falen van de jongerenwerker maar een falen van een systeem waar de jongerenwerker maar een klein onderdeel van is.

Door het hebben van contact met de jongere vaak op een leeftijd waarop nog weinig aan de hand is. Probeert jongerenwerk te sturen op gedrag en het netwerk rond de betreffende jongeren te activeren. Je zet stappen in de goede richting maar bent in je werk afhankelijk van zo veel andere zaken. Zaken die vaak ook nog buiten je beïnvloedingsmogelijkheden liggen.

Je moet het doen met de stukken waar je wel de grip op hebt.

Het jongerenwerk kan door zijn unieke positie een bijzondere bijdrage leveren die van essentieel belang is voor de jongere. Als je een jongere die besproken wordt in het Veiligheidshuis alleen beoordeeld op basis van gegevens uit justitiële hoek is er sprake van eenzijdige informatie die een zeer vertekent beeld geven van de jongere. Een rapport van de reclassering is een rapport me een vertekend beeld van de werkelijkheid. De verrijking van de informatie door leefwereld informatie is nodig voor een totaal beeld.

Waarom jongeren het pad van criminaliteit bewandelen is vaak geen vraagteken maar een opsomming van diverse zaken. Zaken waar een agent, een reclassering medewerker soms geen weet van heeft, jongeren willen graag anoniem blijven, de jongerenwerker weet ook niet alles maar kan door zijn expertise wel veel signalen aan elkaar verbinden. Schooluitval, uitsluiting op de arbeidsmarkt, sociaal disfunctioneren, of een slechte thuis basis zijn op zichzelf geen probleem maar als je de combinatie maakt, ingrediënten voor afglijden. In het Veiligheidshuis is het mogelijk bijna alle delen van de puzzel bij elkaar te krijgen, maar dan is het kwaad al geschiet,

De jongerenwerker kan met zijn inbreng wel het verschil maken tussen een justitie aanpak of een zorg aanpak.  De jongerenwerker zal van naturen snel kijken naar de zorg, omdat kansen zo belangrijk zijn. Van fouten mag je immers leren. Als je met mensen praat die in het veiligheidshuis werken kom je snel tot de conclusie dat ieder domme fouten heeft gemaakt en daarvan heeft geleerd. De jongere moet dus kansen krijgen. Maar er moet een grens zijn. Die grens kan je gezamenlijk bepalen. Die grens moet niet ingegeven zijn vanuit justitie denken, maar gecombineerd met zorgvisie.

De jongerenwerker hoort thuis aan in het Veiligheidshuis, zijn aandeel kan juist het verschil maken tussen een aanpak die werkt of juist contraproductief is. De inzet van de jongerenwerker moet wel gewaarborgd blijven. De jongerenwerker is een vreemde eend, aan de tafel van justitie en zware zorg.  Er zijn voldoende valkuilen te bedenken waar de jongerenwerker in kan stappen. Deze moeten zeker niet onderschat worden. Jongeren zien in de jongerenwerker een vertrouwenspersoon. Maar dit vertrouwen kan makkelijk beschadigd raken. Ik ben altijd eerlijk tegen jongeren waar mee ik werk. En zal dus ook altijd bij jongeren aangeven wanneer ik informatie deel in een netwerk als het Veiligheidshuis. Dit heeft de relatie wel eens onder druk gezet, want niet iedere jongeren vind het goed. En de jongeren zijn over het algemeen heel bang dat je slecht over ze praat. Het uitleggen wat je doet en wat je bespreekt is niet altijd makkelijk. Maar vaak kun je een jongere makkelijk overtuigen dat je inbreng er op is gericht de positie van de jongere te versterken. Te zorgen dat informatie niet verkeerd wordt uitgelegd en dat je informatie inbrengt die in hun voordeel kan werken.

Als je weet dat de jongere waar mee je werkt justitie contacten heeft, maar je zit niet in een Veiligheidshuis, of kent de weg er naar toe niet, dan raad ik je aan om met de wijkagent waarmee je zaken doet, na vraag te doen over de mogelijkheden die er zijn om bij “focus” overleg aan te sluiten. Zeker jongerenwerkers in kleine kernen zullen niet aangesloten zijn bij een veiligheidshuis.

Zit jij nu als jongerenwerk wel eens in het Veiligheidshuis, maar vind je het best moeilijk om je positie te bepalen, stuur dan eens een mail of een bericht, of stel de vraag in het forum op de website.

Als jongerenwerker die actief is in het publiek domein weet je dat je met jeugd te maken hebt, deze worden via de Beke shortlist methode in kaart gebracht en in groepen in gedeeld naar zwaarte.

Hinderlijk, overlast gevend  en crimineel. Nu zijn er al voldoende profs die zelf de aanvaardbare groepsoptie er bij zetten, want veel van de groepen jongeren in het publiek domein zijn aanvaardbaar.

Nu is er een vervelend fenomeen ontstaan, de benaming  van de groep als jeugdgroep gekoppeld aan de Beke shortlist waardoor jeugdgroepen een negatieve stempel krijgen die vaak niet van toepassing is op 80% van de groepen.

Het groepje zittend in het park wordt een jeugdgroep, de jongeren die samenscholen bij een pleintje wordt een jeugdgroep. allemaal waar, want het zijn groepjes jeugdigen bij elkaar. Maar in de mond van de gemiddeld professional en bewoner zal de benaming van deze groep als “jeugdgroep” negatieve lading krijgen. Een probleem dat moet worden opgelost.

Maar jongeren in het publiek domein hoort in de samenleving thuis. Altijd al hebben jongeren op straat elkaar ontmoet en schoolde jeugd samen ter vertier en vermaak.

Maar als we naar de opvoeding kijken van kinderen en jongeren is de positieve benadering succesvoller dan benadering vanuit een probleem.

Vanuit het Jongerenwerk is de insteek vaak positief, kijken naar kansen en zien waar de mogelijkheden liggen om tot verandering te komen. De benadering van de politie maar ook 2e lijnszorg is vaak gericht op de aanpak van een probleem.

Hoe komt het dan dat shortlist van Beke de tool is die als lijdraad fungeert bij de benadering en typering van groepen, en jongerenwerk daar aan bijdraagt in veel gevallen door in de gesprekken met politie deze zaken te nuanceren. Ook het jongerenwerk gaat praten over jeugdgroepen aanpakken die aansluiten bij de vooral probleem gerichte aanpak. Er zijn weinig tot geen jongerenwerkers die zelf nadenken over een nieuw scoringslijst die uitgaat van de positieve benadering.

Hoe leuk zou het zijn al we de andere kant op leren scoren. Van een overlastgevende groep, punten tellen tot aanvaardbaar, naar positief, naar een groep met waarde voor de samenleving.

Maar hoe moet je dat dan scoren, hoe moet je dat dan in beeld brengen?

Zou je moeten scoren op bijvoorbeeld:

  • mantelzorg.
  • betrokkenheid bij de buurt.
  • positieve bijdrage in de groep.
  • vrijwillige inzet bij sportclub of vereniging.
  • goede schoolresultaten.
  • kansen op werk

De benadering van jeugd op deze wijze is natuurlijk veel leuker dan de Beke benadering. Wie weet lukt het wel om in de toekomst te werken aan een nieuwe shortlist die de jeugd die leuk mee doet ook in het zonnetje zet.

Zijn er jongerenwerkers met leuke ideeën? schrijf ze dan als reactie onder het bericht!!

 

Getagd met , ,

Als je als jongerenwerker actief bent, dan weet je het wel. Je moet aan de bak en je werk in de markt zetten.
Er wordt continu naar je gekeken door verschillende mensen, hoe je je werk doet en wat je bereik is. Als jongerenwerker ben je niet commercieel in gesteld en doet gewoon je best om jongeren te helpen. Maar het jongerenwerk kan er niet meer onderuit, profilering van je werk staat hoog op de agenda en is niet meer enkel weggelegd bij de communicatie medewerker van de organisatie.

Dit wordt gelukkig door meer mensen gezien, en er worden stappen gezet om jongerenwerkers bewust te maken van de markt, de klant en het aanbieden van producten die je levert.
Diverse mensen begeven zich al op deze markt en bieden hun kennis aan om dit te leren aan werkers in het welzijnswerk. Daar ligt de basis van de werksoort.

Vandaag mocht ik ook aan de bak, en hebben we in een gezellig gezelschap de materie van dag 1 besproken.
Wie is je klant en welk verhaal vertel je.
Je zou denken dat dat toch niet zo moeilijk is. De klanten zijn duidelijke en een jongerenwerker kan toch gewoon vertellen wat hij doet. Zo denk ik er ook over na. Maar de realiteit is natuurlijk anders en de gemiddeld jongerenwerker kan zijn verhaal wel uitleggen maar zet zich zelf graag op de achtergrond. Bescheiden doet hij zijn werk en gaat er vanuit dat de opdrachtgever de inhoud kan zien in de verslaglegging.
Maar is dat wel zo, zijn de mensen aan wie we de rapporten laten lezen wel zo slim, doordacht en inhoudelijk onderlegd om de nuance te zien tussen een gesprek met een jongere over alcohol gebruik, en een gesprek met een jongeren over alcohol gebruik.

Het is goed weer even stil te staan bij de ontvanger van je boodschap, en de impact ervan, in het denken van de ontvanger.
Ik kan alleen maar beamen dat de nuance het verschil maakt. En dat je 2 maal het zelfde verhaal kan vertellen maar dat de interpretatie er van totaal verschillend is.

Het maken van een verhaal naar de klant die je voor je hebt is een proces dat je zult moeten oefenen. Je zal fouten maken, en deze kan je weet herstellen.
Ik vind het leuk om aan de slag te gaan met mijn vandaag opgedane kennis en zal proberen dit in kleine brokjes om te zetten in een aantal blogberichten. Wie weet heeft iemand anders er nog eens wat aan.

We gaan het weer eens proberen. Het opzetten van DE website voor jongerenwerkers in Nederland.

Het blijft jammer genoeg tot nu toe bij pogingen, en door kleine foutjes van mij in de techniek dat de site er uit vliegt.

Wil je jou verhaal ook doen, maar dan een account aan en geef even door dat je graag een bijdrage wilt leveren aan de website.

 

Top